
Wil je jouw non-formele opleiding laten inschalen in het NLQF? Dan is één van de belangrijkste vragen: op welk niveau bevinden de leeruitkomsten van de opleiding zich? Bij een inschalingsaanvraag geef je niet alleen een niveau aan, maar onderbouw je ook waarom dat niveau passend is.
Om dat te kunnen doen, werk je met de NLQF-descriptoren. Deze vormen de basis voor de niveaubepaling van jouw opleiding. In dit artikel lees je wat descriptoren zijn, hoe je ze gebruikt en wat je nodig hebt om jouw niveaukeuze goed te onderbouwen.
Inhoud
- Dit zijn de descriptoren
- Hier komen de descriptoren vandaan
- Zo gebruik je de descriptoren bij een inschalingsaanvraag
- Deze bewijslast heb je nodig
- Wat als descriptoren op verschillende niveaus uitkomen?
- Meer ondersteuning nodig?
Dit zijn de descriptoren
Descriptoren zijn beschrijvingen van kenmerken die het niveau van leeruitkomsten bepalen. Met andere woorden: ze helpen je vast te stellen wat een deelnemer na afloop van een opleiding weet, begrijpt en kan.
Voor iedere descriptor is per NLQF-niveau een niveaubeschrijving uitgewerkt. Door jouw leeruitkomsten met deze beschrijvingen te vergelijken, kun je bepalen welk niveau het beste past. De descriptoren worden niet alleen gebruikt om het niveau van jouw opleiding te bepalen, maar ook door de experts van het Nationaal coördinatiepunt NLQF (NCP) bij de beoordeling van jouw aanvraag.
Het NLQF kent acht descriptoren:
- Context
- Kennis
- Toepassen van kennis
- Probleemoplossende vaardigheden
- Leer- en ontwikkelvaardigheden
- Informatievaardigheden
- Communicatievaardigheden
- Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De Context-descriptor wordt niet meegewogen bij de uiteindelijke inschaling. Deze descriptor biedt vooral aanvullende informatie en helpt bij de beoordeling van de andere descriptoren.
Bekijk hier het complete overzicht van de descriptoren en niveaubeschrijvingen.
Hier komen de descriptoren vandaan
De NLQF-descriptoren staan niet op zichzelf. Ze zijn gebaseerd op het Europees kwalificatieraamwerk (EQF), waarmee het NLQF is gekoppeld aan vergelijkbare kwalificatieraamwerken in Europa.
Bij de ontwikkeling van het EQF is aangesloten bij een bestaand en breed gedragen systeem: de Dublin-descriptoren. Deze descriptoren zijn ontwikkeld binnen het Bolognaproces en beschrijven de leeruitkomsten van de verschillende niveaus in het hoger onderwijs, zoals bachelor-, master- en doctoraatsniveau.
Niveaus 5 tot en met 8 sluiten direct aan bij deze beschrijvingen. Op basis van dezelfde uitgangspunten zijn vervolgens ook de overige EQF-niveaus uitgewerkt. Zo is een samenhangend systeem ontstaan waarmee leeruitkomsten op alle niveaus kunnen worden beschreven en vergeleken.
Zo gebruik je descriptoren bij een inschalingsaanvraag
Het bepalen van een NLQF-niveau begint met het vergelijken van jouw leeruitkomsten met de niveaubeschrijvingen van de descriptoren. Per descriptor kijk je welk niveau het beste aansluit. Vervolgens leg je uit waarom dat niveau passend is én waarom de leeruitkomsten niet beter aansluiten bij een aangrenzend niveau.
Juist dat laatste is belangrijk. De verschillen tussen twee aangrenzende niveaus kunnen soms klein lijken. Door expliciet te maken waarom een niveau wel of niet passend is, wordt jouw onderbouwing sterker en duidelijker.
Een voorbeeld
Neem de descriptor Informatievaardigheden. De niveaubeschrijvingen laten zien dat o.a. het type informatie per niveau verschilt:
- Niveau 3: informatie
- Niveau 4: brede en specialistische informatie
- Niveau 5: ruime, verdiepte en gedetailleerde informatie
Stel dat deelnemers binnen jouw opleiding leren werken met specialistische informatie, maar niet met verdiepte en sterk gedetailleerde informatie. Dan sluit niveau 4 waarschijnlijk beter aan dan niveau 5.
Door deze vergelijking systematisch voor alle descriptoren te maken, ontstaat een onderbouwde niveaubepaling.
Veel opleiders geven aan dat dit proces bovendien nieuwe inzichten oplevert. Het helpt bijvoorbeeld om scherper te formuleren wat deelnemers leren en hoe de opleiding zich onderscheidt van andere opleidingen.
Bekijk het overzicht met alle descriptoren.
Deze bewijslast heb je nodig
Een onderbouwing op basis van descriptoren is alleen overtuigend als deze wordt ondersteund met bewijs. Je moet kunnen aantonen waarop jouw interpretatie van de leeruitkomsten is gebaseerd. Denk bijvoorbeeld aan:
- leeruitkomsten;
- opleidings- of programmabeschrijvingen;
- lesmateriaal;
- toetsmatrijzen;
- beoordelingscriteria;
- andere relevante opleidingsdocumenten.
In de aanvraagomgeving geef je aan welke documenten jouw onderbouwing ondersteunen en waar de relevante informatie precies te vinden is. Zonder voldoende bewijslast kan geen betrouwbare uitspraak worden gedaan over het niveau van de leeruitkomsten.
Wil je direct aan de slag? Bekijk de procedure voor het aanvragen van een NLQF-inschaling.
Wat als descriptoren op verschillende niveaus uitkomen?
Het komt regelmatig voor dat niet alle descriptoren exact hetzelfde niveau aangeven. Misschien sluiten de informatievaardigheden aan bij niveau 4, terwijl de communicatievaardigheden meer kenmerken van niveau 5 hebben.
Dat is op zichzelf geen probleem. Bij de beoordeling van een inschalingsaanvraag wordt gewerkt volgens het best-fitprincipe. Daarbij wordt gekeken naar het totaalbeeld van de leeruitkomsten. Een individuele descriptor kan dus anders uitvallen dan het aangevraagde niveau.
Wanneer het merendeel van de descriptoren aansluit bij hetzelfde niveau, kan een opleiding alsnog op dat niveau worden ingeschaald.
Meer ondersteuning nodig?
Goede leeruitkomsten vormen de basis van een sterke niveaubepaling. Wil je meer leren over het formuleren van leeruitkomsten en het werken met descriptoren? Bezoek dan één van onze werksessies. Bekijk de agenda en meld je aan voor een werksessie.