Descriptoren

Om het niveau te kunnen bepalen van een verscheidenheid aan opleidingen heeft het Nationaal coördinatiepunt NLQF acht descriptoren beschreven op de acht NLQF-niveaus. Er zijn verschillende descriptoren: context, kennis, toepassen van kennis, probleemoplossende vaardigheden, leer- en ontwikkelvaardigheden, informatievaardigheden, communicatievaardigheden, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Op deze pagina vind je de NLQF-niveaubeschrijvingen per descriptor.

Context (wordt niet meegewogen)

Instroom

Een bekende, stabiele dagelijkse leef- en leeromgeving.

Niveau 1

Een herkenbare dagelijkse leef- en/of werkomgeving. Toelichting: tussen niveau 1 en 2 is geen verschil in context, bij beide is de herkenbaarheid van de leef- en werkomgeving van belang.

Niveau 2

Een herkenbare dagelijkse leef- en/of werkomgeving. Toelichting: tussen niveau 1 en 2 is geen verschil in context, bij beide is de herkenbaarheid van de leef- en werkomgeving van belang.

Niveau 3

Een herkenbare, maar wisselende leef- en/of werkomgeving.  

Toelichting: Op niveau 3 kan de herkenbare context wisselen. 

Niveau 4

Een herkenbare, maar wisselende leef- en/of werkomgeving, ook internationaal.

Toelichting: op niveau 4 en hoger kunnen internationale, waaronder interculturele, aspecten een rol spelen. Daarbij kan gedacht worden aan een Nederlands bedrijf dat internationaal opereert en waarbij de werknemer contacten heeft met klanten/cliënten/collega’s die een andere taal spreken of een andere cultuur hebben, of waarbij de werknemer voor het uitoefenen van zijn functie naar het buitenland moet. Het gaat dus om uitwisseling van gegevens en samenwerking, zowel face to face als schriftelijk. Sommige sectoren handelen per definitie internationaal, zoals handel, ICT en techniek. Alle kennis, vaardigheden, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid die horen bij niveau 4 en hoger moeten dan ook, waar relevant, in een internationale context kunnen worden toegepast.

Bij de inschaling van een kwalificatie moeten de internationale aspecten bekeken worden vanuit het perspectief van de beroepsbeoefenaar. Indien internationale aspecten van toepassing zijn, waaronder interculturele aspecten een rol kunnen spelen, kan in de onderbouwing de volgende formulering worden gebruikt: ‘Internationale aspecten spelen een rol, in de vorm van ..’ waarbij uitgelegd dient te worden welke aspecten internationaal of intercultureel zijn.

Niveau 5

Een onbekende, maar wisselende leef- en/of werkomgeving, ook internationaal.

Toelichting: op niveau 4 en hoger kunnen internationale, waaronder interculturele, aspecten een rol spelen. Daarbij kan gedacht worden aan een Nederlands bedrijf dat internationaal opereert en waarbij de werknemer contacten heeft met klanten/cliënten/collega’s die een andere taal spreken of een andere cultuur hebben, of waarbij de werknemer voor het uitoefenen van zijn functie naar het buitenland moet. Het gaat dus om uitwisseling van gegevens en samenwerking, zowel face to face als schriftelijk. Sommige sectoren handelen per definitie internationaal, zoals handel, ICT en techniek. Alle kennis, vaardigheden, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid die horen bij niveau 4 en hoger moeten dan ook, waar relevant, in een internationale context kunnen worden toegepast.

Bij de inschaling van een kwalificatie moeten de internationale aspecten bekeken worden vanuit het perspectief van de beroepsbeoefenaar. Indien internationale aspecten van toepassing zijn, waaronder interculturele aspecten een rol kunnen spelen, kan in de onderbouwing de volgende formulering worden gebruikt: ‘Internationale aspecten spelen een rol, in de vorm van ..’ waarbij uitgelegd dient te worden welke aspecten internationaal of intercultureel zijn.

Niveau 6

Een onbekende, maar wisselende leef- en/of werkomgeving, met een hoge mate van onzekerheid, ook internationaal.

Toelichting: op niveau 4 en hoger kunnen internationale, waaronder interculturele, aspecten een rol spelen. Daarbij kan gedacht worden aan een Nederlands bedrijf dat internationaal opereert en waarbij de werknemer contacten heeft met klanten/cliënten/collega’s die een andere taal spreken of een andere cultuur hebben, of waarbij de werknemer voor het uitoefenen van zijn functie naar het buitenland moet. Het gaat dus om uitwisseling van gegevens en samenwerking, zowel face to face als schriftelijk. Sommige sectoren handelen per definitie internationaal, zoals handel, ICT en techniek. Alle kennis, vaardigheden, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid die horen bij niveau 4 en hoger moeten dan ook, waar relevant, in een internationale context kunnen worden toegepast.

Bij de inschaling van een kwalificatie moeten de internationale aspecten bekeken worden vanuit het perspectief van de beroepsbeoefenaar. Indien internationale aspecten van toepassing zijn, waaronder interculturele aspecten een rol kunnen spelen, kan in de onderbouwing de volgende formulering worden gebruikt: ‘Internationale aspecten spelen een rol, in de vorm van ..’ waarbij uitgelegd dient te worden welke aspecten internationaal of intercultureel zijn.

Niveau 7

Een onbekende, wisselende leef- en/of werkomgeving, met een hoge mate van onzekerheid, ook internationaal.

Toelichting: op niveau 4 en hoger kunnen internationale, waaronder interculturele, aspecten een rol spelen. Daarbij kan gedacht worden aan een Nederlands bedrijf dat internationaal opereert en waarbij de werknemer contacten heeft met klanten/cliënten/collega’s die een andere taal spreken of een andere cultuur hebben, of waarbij de werknemer voor het uitoefenen van zijn functie naar het buitenland moet. Het gaat dus om uitwisseling van gegevens en samenwerking, zowel face to face als schriftelijk. Sommige sectoren handelen per definitie internationaal, zoals handel, ICT en techniek. Alle kennis, vaardigheden, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid die horen bij niveau 4 en hoger moeten dan ook, waar relevant, in een internationale context kunnen worden toegepast.

Bij de inschaling van een kwalificatie moeten de internationale aspecten bekeken worden vanuit het perspectief van de beroepsbeoefenaar. Indien internationale aspecten van toepassing zijn, waaronder interculturele aspecten een rol kunnen spelen, kan in de onderbouwing de volgende formulering worden gebruikt: ‘Internationale aspecten spelen een rol, in de vorm van ..’ waarbij uitgelegd dient te worden welke aspecten internationaal of intercultureel zijn.

Niveau 8

Een onbekende, maar wisselende leef- en/of werkomgeving, met een hoge mate van onzekerheid, ook internationaal.

Toelichting: op niveau 4 en hoger kunnen internationale, waaronder interculturele, aspecten een rol spelen. Daarbij kan gedacht worden aan een Nederlands bedrijf dat internationaal opereert en waarbij de werknemer contacten heeft met klanten/cliënten/collega’s die een andere taal spreken of een andere cultuur hebben, of waarbij de werknemer voor het uitoefenen van zijn functie naar het buitenland moet. Het gaat dus om uitwisseling van gegevens en samenwerking, zowel face to face als schriftelijk. Sommige sectoren handelen per definitie internationaal, zoals handel, ICT en techniek. Alle kennis, vaardigheden, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid die horen bij niveau 4 en hoger moeten dan ook, waar relevant, in een internationale context kunnen worden toegepast.

Bij de inschaling van een kwalificatie moeten de internationale aspecten bekeken worden vanuit het perspectief van de beroepsbeoefenaar. Indien internationale aspecten van toepassing zijn, waaronder interculturele aspecten een rol kunnen spelen, kan in de onderbouwing de volgende formulering worden gebruikt: ‘Internationale aspecten spelen een rol, in de vorm van ..’ waarbij uitgelegd dient te worden welke aspecten internationaal of intercultureel zijn.

Kennis

Instroom

Bezit basale kennis van eenvoudige feiten en zienswijzen gerelateerd aan de leefomgeving.

Niveau 1

Bezit basale kennis van eenvoudige feiten en zienswijzen gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.

Toelichting: Het is voldoende als iemand de relatie herkent met (delen van) het beroep en kennisdomein. 

Niveau 2

Bezit basiskennis van feiten, zienswijzen processen, materialen, middelen en basisbegrippen van- en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.

Niveau 3

Bezit kennis van materialen, middelen, feiten, begrippen, eenvoudige theorieën, methoden en processen, trends en ontwikkelingen van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.  

Niveau 4

Bezit brede en specialistische kennis van materialen, middelen, feiten, abstracte begrippen, theorieën, methoden en processen, trends en ontwikkelingen van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.

Niveau 5

Bezit ruime, verdiepte en/of gespecialiseerde kennis van een beroep en/of kennisdomein.

Bezit gedetailleerde kennis van enkele beroeps- en/of kennisdomeinen en begrip van een beperkte reeks van basistheorieën, principes en concepten.

Bezit beperkte kennis en begrip van enkele belangrijke actuele onderwerpen, problemen en/of specialismen gerelateerd aan het beroep en/of kennisdomein.

Toelichting: Met begrip wordt bedoeld herkennen, snappen van dingen. 

Niveau 6

Bezit gevorderde, gespecialiseerde kennis van, en kritisch inzicht in, theorieën, en concepten van een beroep, kennisdomein en/of breed wetenschapsgebied.  

Bezit brede, geïntegreerde kennis en begrip van de omvang van de belangrijkste gebieden en grenzen van een beroep, kennisdomein en/of breed wetenschapsgebied.  

Bezit kennis en begrip van enkele belangrijke actuele problemen, onderwerpen en specialismen gerelateerd aan een beroep, kennisdomein en/of breed wetenschapsgebied.

Toelichting: Inzicht gaat begrip te boven; hij of zij kan kennis doorgronden, ziet de samenhang der dingen

Niveau 7

Bezit bijzonder gespecialiseerde geavanceerde kennis van een beroep, kennisdomein en/of wetenschapsgebied en op het raakvlak tussen verschillende beroepen, kennisdomeinen en/of wetenschapsgebieden.  

Bezit kritisch begrip van een reeks van theorieën, principes, en concepten, waaronder de belangrijkste van een beroep, kennisdomein en/of wetenschapsgebied.  

Bezit uitgebreide, gedetailleerde kennis en kritisch begrip van enkele belangrijke actuele, problemen, onderwerpen en specialismen gerelateerd aan het beroep, kennisdomein en/of wetenschapsgebieden. 

Toelichting: Het gaat om toepassen van kennis die beroepsgericht en/of wetenschappelijk van aard kan zijn. Het kan derhalve voorkomen dat de kennis in de leerresultaten niet uit een wetenschapsgebied afkomstig hoeft te zijn. 

In de onderbouwing van niveau 7 voor deze descriptor moet het hogere abstractieniveau worden aangetoond. 

Niveau 8

Bezit de meest geavanceerde kennis van een beroep, kennisdomein en/of wetenschapsgebied en op het raakvlak tussen verschillende beroepen, kennisdomeinen en/of wetenschapsgebieden.  

Bezit kennis verkregen door persoonlijk onderzoek of werk, leidend tot een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van vak- en/of wetenschapsgebied.  

Bezit een kritisch inzicht in een vak- en/of wetenschapsgebied waaronder een kritisch begrip van de belangrijkste en actuele theorieën, principes en concepten. 

Toepassen van kennis

Instroom

Reproduceert de kennis en past deze toe. 
Voert eenvoudige herkenbare (beroeps)taken uit op basis van automatismen.  

Niveau 1

Reproduceert de kennis en past deze toe. 
Voert eenvoudige herkenbare (beroeps)taken uit op basis van automatismen.  

Niveau 2

Reproduceert de kennis en past deze toe. 
Voert eenvoudige (beroeps)taken uit ondersteund door geselecteerde standaardprocedures.  

Niveau 3

Reproduceert de kennis en past deze toe. 
Signaleert beperkingen van eigen kennis in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en onderneemt actie. 
Voert (beroeps)taken die tactisch inzicht vereisen uit met behulp van een eigen keuze uit en een combinatie van standaardprocedures en methodes.  

Niveau 4

Reproduceert en analyseert de kennis en past deze toe. 
Evalueert en integreert gegevens en ontwikkelt strategieën voor het uitvoeren van diverse (beroeps)taken. 
Signaleert beperkingen van eigen bestaande kennis in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en onderneemt actie. 
Analyseert (beroeps)taken en voert deze uit.  

Toelichting: (Beroeps)taken met beperkte complexiteit zijn bijvoorbeeld situaties waarin meerdere belangen op het spel staan of waarbij gewerkt moet worden in een situatie met spelers met tegengestelde belangen of verschillende zienswijzen. 

Niveau 5

Reproduceert en analyseert de kennis en past deze toe, in een reeks van contexten, om problemen die gerelateerd zijn aan een beroep en/of kennisdomein op te lossen. 

Gebruikt procedures flexibel en inventief. 

Signaleert beperkingen van eigen kennis en bestaande kennis in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en onderneemt actie. 

Analyseert complexe (beroeps)taken en voert deze uit.  Analyseert de uitkomsten van actueel praktijkgericht onderzoek kritisch .

Analyseert de uitkomsten van actueel praktijkgericht onderzoek kritisch.

Toelichting: Complexe (beroeps)taken zijn taken waarbij iemand goed moet overzien wie er allemaal belanghebbenden zijn in een bepaalde situatie, wie er een rol in spelen en welke invloeden er zijn en daarnaar kunnen handelen. 

Iemand moet zoveel overzicht, vaardigheid en inzicht hebben dat hij ad hoc en adequaat zijn kennis kan toepassen zonder dat hij daar procedures voor nodig heeft. Op niveau 5 moet iemand flexibel en inventief zijn, dat geeft ook aan dat de mate van complexiteit hoger is dan op niveau 4. De uitkomsten van actueel praktijkgericht onderzoek kan ook publicaties in vakbladen omvatten.

Niveau 6

Reproduceert en analyseert de kennis en past deze toe, ook in andere contexten zodanig dat dit een professionele en of wetenschappelijke benadering in beroep en/of kennisdomein laat zien. 
Past gespecialiseerde, waaronder kritisch-analytische, vaardigheden, toe op de uitkomsten van toegepast onderzoek. 
Brengt, met begeleiding, een toegepast onderzoek op basis van methodologische kennis tot een goed einde. 
Stelt argumentaties op en verdiept die. Evalueert en combineert kennis en inzichten uit een specifiek domein kritisch. 
Signaleert beperkingen van eigen kennis van de beroepspraktijk en/of bestaande kennis in het kennisdomein en onderneemt actie. 
Analyseert kritisch, complexe beroeps- en/of wetenschappelijke taken en voert deze uit.  

Toelichting: Op niveau 6 heeft iemand kritisch-analytische vaardigheden nodig om uitkomsten van onderzoek (eventueel uitgevoerd door anderen) te kunnen toepassen in/vertalen naar/interpreteren naar de eigen context. 

Niveau 7

Reproduceert, analyseert en integreert beroepsgerichte en wetenschappelijke kennis en past deze toe, ook in andere contexten en gaat om met complexe materie. 

Deze kennis vormt de basis voor originele ideeën en onderzoek. Gebruikt de opgedane kennis op een hoger abstractieniveau. Denkt conceptueel. Stelt argumentaties op en verdiept deze. 

Brengt op basis van methodologische kennis een fundamenteel onderzoek zelfstandig tot een goed einde.  

Levert een originele bijdrage aan het ontwikkelen en toepassen van ideeën, vaak in onderzoekverband. 
Signaleert beperkingen van eigen kennis en/of bestaande kennis in de beroepspraktijk, in het kennisdomein en/of op het raakvlak tussen verschillende beroepspraktijken en/of kennisdomeinen en onderneemt actie. 

Evalueert complexe beroeps- en/of wetenschappelijke taken en voert deze uit.   

Toelichting: Het gaat om toepassen van beroepsgerichte en/of wetenschappelijke kennis. Het kan derhalve voorkomen dat wetenschappelijke kennis niet tot uiting komt in de leerresultaten van de kwalificatie. In de onderbouwing van niveau 7 voor deze descriptor moet het hogere abstractieniveau van de kennis worden aangetoond. 

Niveau 8

Reproduceert, analyseert en integreert de kennis op gezaghebbende wijze en past deze toe, ook in andere contexten, en gaat om met complexe materie. 

Deze kennis vormt de basis voor originele ideeën en onderzoek. 

Gebruikt de opgedane kennis op een hoger abstractieniveau. Denkt conceptueel. Stelt argumentaties op en verdiept deze. 

Brengt op basis van methodologische kennis een complex fundamenteel onderzoek zelfstandig tot een goed einde. 

Levert door origineel onderzoek een bijdrage aan verlegging van grenzen van kennis door een omvangrijke hoeveelheid werk, waarvan een deel een nationaal of internationaal beoordeelde publicatie verdient. 

Signaleert beperkingen van eigen kennis en/of bestaande kennis in de beroepspraktijk in het kennisdomein en of wetenschapsdomein en op het raakvlak tussen verschillende beroepspraktijken en/of kennisdomeinen en onderneemt actie.  

Analyseert en evalueert complexe beroeps- en/of wetenschappelijke taken en kan deze ad hoc uitvoeren. 

Probleemoplossende vaardigheden

Het verschil in niveaus wordt bepaald door: I) de complexiteit van het probleem en II) de benodigde probleemoplossende vaardigheden

Instroom

Herkent eenvoudige problemen in het dagelijks leven.  

Niveau 1

Herkent eenvoudige problemen in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en lost deze problemen op.  

Niveau 2

Herkent eenvoudige problemen in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein. 

Lost deze problemen planmatig op met behulp van bestaande procedures en richtlijnen.

Toelichting: Omdat bij eenvoudige problemen van NLQF niveau 2 de oorzaak meestal enkelvoudig en goed te overzien is past planmatig oplossen ervan, en zijn beroepstaken uit te voeren met behulp van standaardprocedures. 

Niveau 3

Identificeert samengestelde problemen, veroorzaakt door meerdere factoren, in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein. 

Lost deze planmatig op met behulp van bestaande procedures en richtlijnen om de juiste gegevens te identificeren en te gebruiken.  

Toelichting: Omdat bij de samengestelde problemen van NLQF niveau 3 meestal sprake is van meerdere oorzaken moet er bij de oplossing ervan met meerdere procedures en richtlijnen rekening gehouden worden  

Niveau 4

Onderkent en analyseert redelijk complexe en onvoorspelbare problemen, veroorzaakt door meerdere ongelijkwaardige factoren, in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein.  

Lost deze planmatig en op creatieve wijze op met behulp van bestaande procedures en richtlijnen en eigen oplossingen door gegevens te identificeren en te gebruiken.  

Toelichting: Bij de redelijk complexe problemen van NLQF-niveau 4 is er ook sprake van onvoorspelbaarheid, naast verschillende ongelijkwaardige factoren die een rol spelen. Daarom is bij het oplossen van deze problemen behalve een planmatige aanpak met gebruikmaking van bestaande procedures en richtlijnen ook eigen creativiteit nodig. 

Onderscheidend tussen niveau 4 en niveau 3 is ook dat op niveau 4 het probleem naast onderkend ook geanalyseerd moet worden.  

Niveau 5

Identificeert en analyseert complexe en onvoorspelbare problemen, in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en lost deze op creatieve, flexibele en inventieve wijze op door gegevens te identificeren en te gebruiken.  

Toelichting: De problemen op niveau 5 en hoger zijn complex. Om deze op te lossen moeten de bestaande kaders, procedures en richtlijnen losgelaten kunnen worden. Het probleem moet opgelost kunnen worden zonder een vooraf beschreven plan, maar met gebruikmaking van eigen creativiteit, flexibiliteit en inventiviteit.  

Op niveau 5 en hoger nemen de afbreukrisico’s toe. 

Niveau 6

Identificeert en analyseert complexe en onvoorspelbare problemen in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en lost deze op tactische, strategische en creatieve wijze op door gegevens te identificeren en te gebruiken.  

Toelichting: De problemen op niveau 5 en hoger zijn complex. Om deze op te lossen moeten de bestaande kaders, procedures en richtlijnen losgelaten kunnen worden. Het probleem moet opgelost kunnen worden zonder een vooraf beschreven plan, maar met gebruikmaking van eigen creativiteit, flexibiliteit en inventiviteit.  Op niveau 5 en hoger nemen de afbreukrisico’s toe. 

Niveau 7

Onderkent en analyseert complexe en onvoorspelbare problemen in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en lost deze op tactische, strategische en creatieve wijze op.  

Levert in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein een wetenschappelijke bijdrage aan de oplossing van complexe problemen door gegevens te identificeren en te gebruiken. 

Niveau 8

Identificeert en analyseert uiterst complexe en onvoorspelbare problemen, vaak met een hoog afbreukrisico, in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein en lost deze op tactische, strategische en creatieve wijze op.  

Levert in de beroepspraktijk en/of in het kennisdomein een wetenschappelijke bijdrage aan de oplossing van complexe en onvoorspelbare problemen door gegevens te identificeren en te gebruiken.   

Leer- en ontwikkelvaardigheden  

Belangrijk: het gaat over het bewerkstelligen van de eigen ontwikkeling als professional. Vaardigheden om het bedrijf, de organisatie, de collega’s en het werk te ontwikkelen, zijn beschreven in de descriptor Verantwoordelijkheid en Zelfstandigheid 

Instroom

Werkt met begeleiding aan persoonlijke ontwikkeling. 
Formuleert met begeleiding eigen leerdoelen.

Toelichting: Beginnende beroepsbeoefenaren hebben begeleiding nodig bij hun eigen ontwikkeling. De autonomie op lage niveaus zit in het kunnen formuleren van eigen leerdoelen, maar met hulp en het ontvangen van feedback.

Niveau 1

Werkt met begeleiding aan persoonlijke ontwikkeling. 
Formuleert met begeleiding eigen leerdoelen. 

Toelichting: Beginnende beroepsbeoefenaren hebben begeleiding nodig bij hun eigen ontwikkeling. De autonomie op lage niveaus zit in het kunnen formuleren van eigen leerdoelen, maar met hulp en het ontvangen van feedback.

Niveau 2

Krijgt ondersteuning bij verdere persoonlijke ontwikkeling na reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten. 

Niveau 3

Vraagt ondersteuning bij verdere persoonlijke ontwikkeling na reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten. 

Niveau 4

Ontwikkelt zich desgevraagd, waar nodig met begeleiding, door middel van reflectie en externe- en zelfbeoordeling van eigen (leer)resultaten  

Toelichting: Op niveau 4 reflecteert iemand zelfstandig, op initiatief van een leidinggevende, docent etc. Op niveau 4 en hoger bewerkstelligt men eigen doelen en ontwikkeling.

Niveau 5

Ontwikkelt zich op eigen initiatief, door middel van zelfreflectie en zelfbeoordeling van eigen (leer)resultaten, en vraagt waar nodig begeleiding.  

Toelichting: Op niveau 5 en hoger reflecteert iemand zelf, op eigen initiatief. 

Niveau 6

Ontwikkelt zich op eigen initiatief door middel van zelfreflectie en zelfbeoordeling van eigen (leer)resultaten. 

Niveau 7

Ontwikkelt zich grotendeels autonoom op basis van intrinsieke motivatie. 

Toelichting: Op niveau 7 en 8 wordt verondersteld dat iemand zelf stuurt, op zoek is naar persoonlijke leerdoelen en intrinsiek gemotiveerd is. Er wordt op niveau 8 daarnaast gesproken over ‘bewerkstelligen’ omdat het gaat over een ontwerper, specialist, die ook daadwerkelijk iets in gang zet met betrekking tot vooruitgang in de samenleving; het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van anderen.

Niveau 8

Ontwikkelt zich grotendeels autonoom op basis van intrinsieke motivatie. 
Bewerkstelligt technologische, sociale en/of culturele voortuitgang in de samenleving. 

Toelichting: Op niveau 7 en 8 wordt verondersteld dat iemand zelf stuurt, op zoek is naar persoonlijke leerdoelen en intrinsiek gemotiveerd is. Er wordt op niveau 8 daarnaast gesproken over ‘bewerkstelligen’ omdat het gaat over een ontwerper, specialist, die ook daadwerkelijk iets in gang zet met betrekking tot vooruitgang in de samenleving; het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van anderen.

Informatievaardigheden 

Instroom

Verkrijgt en verwerkt informatie over eenvoudige feiten en zienswijzen gerelateerd aan de leefomgeving.  

Niveau 1

Verkrijgt en verwerkt informatie over eenvoudige feiten en zienswijzen gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.

Niveau 2

Verkrijgt en verwerkt basisinformatie over feiten, zienswijzen, processen, materialen, middelen en basisbegrippen van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.  

Niveau 3

Verkrijgt, verwerkt en combineert informatie over materialen, middelen, feiten, begrippen, eenvoudige theorieën, trends en ontwikkelingen, methoden en processen van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein. 

Niveau 4

Verkrijgt, verwerkt en combineert brede en specialistische informatie over materialen, middelen, feiten, abstracte begrippen, theorieën, trends en ontwikkelingen, methoden en processen van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein.

Niveau 5

Verkrijgt, verwerkt, combineert en analyseert ruime, verdiepte en gedetailleerde informatie en een beperkte reeks van basistheorieën, principes en concepten, van en gerelateerd aan enkele beroepen en/of kennisdomeinen evenals beperkte informatie over enkele belangrijke actuele onderwerpen en/of specialismen gerelateerd aan het beroep en/of kennisdomein en geeft deze informatie weer.   

Niveau 6

Verzamelt en analyseert op een verantwoorde, kritische manier 

  • brede, verdiepte en gedetailleerde beroepsgerelateerde en/of wetenschappelijke informatie over een beperkte reeks van basistheorieën, principes en concepten van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein 
  •  beperkte informatie over belangrijke huidige problemen, onderwerpen en specialiteiten gerelateerd aan het beroep en/of kennisdomein  

Geeft deze informatie weer. 

Toelichting: Niveau 6 veronderstelt dat iemand: wetenschappelijke stukken kan lezen, begrijpen, interpreteren en gebruiken
Er wordt verwacht dat iemand toegepast en praktijkgericht onderzoek kan doen. 
Er wordt een beroep gedaan op kritisch-analytische vaardigheden

Niveau 7

Verzamelt en analyseert op een verantwoorde, kritische manier  

informatie over belangrijke huidige onderwerpen en specialiteiten gerelateerd aan het beroep en/of kennisdomein  

  • brede, verdiepte en gedetailleerde wetenschappelijke informatie over een reeks van theorieën, principes en concepten van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein  
  • informatie over belangrijke onderwerpen en specialiteiten gerelateerd aan het beroep en/of kennisdomein

Geeft deze informatie op wetenschappelijke wijze weer. 

Toelichting: Niveau 7 veronderstelt dat iemand: fundamenteel wetenschappelijk onderzoek kan doen.  

Bij niveau 7 en 8 moet men informatie op wetenschappelijke wijze kunnen weergeven. Er wordt een beroep gedaan op evaluatieve vaardigheden. 

Niveau 8

Verzamelt en analyseert op een verantwoorde, brede en kritische manier 

  • verdiepte en gedetailleerde wetenschappelijke informatie over een reeks van theorieën, principes en concepten van en gerelateerd aan een beroep en/of kennisdomein 
  • geselecteerde informatie over belangrijke huidige onderwerpen en specialiteiten gerelateerd aan het beroep en/of kennisdomein  

Geeft deze unieke informatie op wetenschappelijke wijze weer.  

Toelichting: Bij niveau 8 gaat het om unieke zaken, dit is onderscheidend ten opzichte van niveau 7. 

Communicatie

Onder gelijken wordt verstaan mensen die functioneren op hetzelfde niveau. Onder relevante derden wordt verstaan klasgenoten, medestudenten, klanten, familie, verwanten en betrokkenenOnder geldende conventies worden ook beleefdheidsvormen verstaan

Instroom

Communiceert op basis van in de context geldende conventies met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Niveau 1

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies, met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Luistert en begrijpt 

Niveau 2

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Luistert, begrijpt en vraagt zelf om uitleg. 

Niveau 3

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Geeft uitleg en instructie. 

Niveau 4

Communiceert op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Geeft uitleg en instructie. Overtuigt en onderhandelt.  

Niveau 5

Communiceert doelgericht op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Past de communicatie aan het doel en de doelgroep aan.

Toelichting: Met doelgericht wordt bedoeld: genuanceerd kijken naar wat hij of zij voor ogen heeft en hoe daar de communicatie op aan te passen. Hij of zij maakt, met mogelijk hetzelfde doel voor ogen, onderscheid tussen type boodschap en doelgroep.  

Des te hoger het niveau, des te doelgerichter de communicatie, waarbij ook meerdere doelen en belangen kunnen spelen.  

Niveau 6

Communiceert doelgericht op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, specialisten, niet-specialisten, leidinggevenden en of relevante derden in de wetenschappelijke en of beroepsmatige gemeenschap.  

Past de communicatie aan het doel en de doelgroep aan. 

Toelichting: Op niveau 6 en hoger is Communiceren met specialisten en niet-specialisten is onderscheidend ten opzichte van niveau 5.  

Niveau 7

Communiceert doelgericht op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, specialisten, niet-specialisten, leidinggevenden en of relevante derden in de wetenschappelijke en of beroepsmatige gemeenschap.  

Past de communicatie aan het doel en de doelgroep aan. 

Niveau 8

Communiceert doelgericht op basis van in de context en beroepspraktijk geldende conventies met gelijken, collega’s, specialisten, niet-specialisten, leidinggevenden, relevante derden en of de bredere wetenschappelijke gemeenschap en de samenleving als geheel. 

Past de communicatie aan het doel en de doelgroep aan.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

Instroom

Werkt samen in een bekende, stabiele leef- en leeromgeving met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden.  Draagt, met begeleiding, beperkte verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen eenvoudige routinematige taken en/of studie.  

Niveau 1

Werkt in een herkenbare leef- en/of werkomgeving samen met gelijken, collega’s, leidinggevenden en of relevante derden. 

Draagt, met begeleiding, verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen eenvoudige en afgebakende taken en/of studie. 

Niveau 2

Werkt in een herkenbare leef- en/of werkomgeving samen met gelijken, collega’s, leidinggevenden en/of relevante derden. 

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen eenvoudige en afgebakende taken en/of studie. 

Niveau 3

Werkt in een herkenbare, wisselende leef- en/of werkomgeving samen met gelijken, collega’s, leidinggevenden en/ of relevante derden.  

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van een eigen afgebakend takenpakket en/of studie.  

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van het routinewerk en/of studieactiviteit van anderen. 

Niveau 4

Werkt samen in herkenbare, wisselende leef en/of werkomgeving, ook internationaal, met gelijken, collega’s, leidinggevenden en/of relevante derden.  

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en/of studie.  

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van het routinewerk en of studieactiviteiten van anderen. 

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor de evaluatie en verbetering van werk en/of studieactiviteiten van anderen. 

Niveau 5

Werkt samen in onbekende wisselende leef- en/of werkomgeving, ook internationaal met gelijken, collega’s, leidinggevenden en relevante derden. 

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en/of studie.  

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van activiteiten en werk van anderen en voor het aansturen van onvoorspelbare processen. 

Niveau 6

Werkt samen in onbekende wisselende leef- en/of werkomgeving, ook internationaal met gelijken, collega’s, specialisten, niet-specialisten, leidinggevenden en relevante derden.  

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en/of studie en voor het resultaat van het werk van anderen. 

Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het aansturen van onvoorspelbare processen en de professionele ontwikkeling van personen en groepen.  

Verzamelt en interpreteert relevante gegevens met het doel een oordeel te vormen dat mede gebaseerd is op het afwegen van relevante sociaal-maatschappelijk, beroepsmatige, wetenschappelijke of ethische aspecten. 

Niveau 7

Werkt samen in een onbekende, wisselende leef- en/of werkomgeving met een hoge mate van onzekerheid, ook internationaal met gelijken, collega’s, specialisten, niet-specialisten, leidinggevenden en relevante derden.  

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en/of studie en voor het resultaat van het werk van anderen. 

Draagt verantwoordelijkheid voor het aansturen van onvoorspelbare processen en de professionele ontwikkeling van personen en groepen.  

Formuleert opinies op grond van onvolledige of beperkte informatie en houdt daarbij rekening met sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische verantwoordelijkheden, die zijn verbonden aan het toepassen van de eigen kennis en opinies. 

Niveau 8

Werkt samen in een onbekende, wisselende leef- en/of werkomgeving met een hoge mate van onzekerheid, ook internationaal met gelijken, collega’s, specialisten, niet-specialisten, leidinggevenden, relevante derden en de samenleving als geheel.

Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en/of studie en voor het resultaat van het werk van anderen. 

Draagt verantwoordelijkheid voor het aansturen van onvoorspelbare processen en de professionele ontwikkeling van personen en groepen. 

Bedenkt, ontwerpt, implementeert en past een substantieel onderzoeksproces aan met wetenschappelijke integriteit.