Verslag van de inspiratiebijeenkomst op 9 september met Órla Barry van het Ierse NFQ

Wat kunnen we leren van een land dat al twintig jaar werkt met één samenhangend kwalificatieraamwerk? Die vraag stond centraal op 9 september, toen Órla Barry van QQI terugkeerde voor een inspiratiebijeenkomst over het Ierse model. Eerder dit jaar sprak ze al op onze lunchbijeenkomst over de aanpak en successen van dat model. Haar inbreng is door iedereen met zoveel enthousiasme ontvangen, dat een vervolg voor de hand lag.
Dit keer ging ze dieper in op het nationale kwalificatieraamwerk (NFQ), de inbedding ervan in Ierland en de manier waarop skills en microcredentials daarin een plek krijgen. Doel van de middag: niet zozeer kant-en-klare antwoorden om te ‘knippen-en-plakken’, maar inspiratie opdoen aan een systeem dat al bewezen heeft te werken.
Inhoud
- Vertrouwen als uitgangspunt
- Microcredentials: van definitie naar probleemstelling
- Transparantie als sleutelwoord
- Infrastructuur die LLO mogelijk blijft maken
- Hoe nu verder?
Vertrouwen als uitgangspunt
Barry trapt de bijeenkomst af met een schets van het leerlandschap in Ierland. Leren wordt er nadrukkelijk gezien als middel voor emancipatie en maatschappelijke ontwikkeling. Het raamwerk ontstond in de beginjaren 2000 in een tijd van crisis door hoge werkloosheid. Het was een interventie om te zorgen dat er een toestroom van onderwijs naar, en ontwikkeling binnen de arbeidsmarkt mogelijk werd voor een groter en diverser publiek. Dit is gelukt. Naast het vinden van een antwoord op de crisis, was de uitdaging om een systeem binnen het onderwijs- en LLO-landschap te ontwerpen dat ook in de toekomst flexibel inzetbaar is als ontwikkelingen daarom vragen.
Het raamwerk NFQ is in beheer van QQI, en is vanaf het begin af aan gezamenlijk ontwikkeld met partners als universiteiten, opleiders, overheid, vakbonden en werkgevers. Er is een gedeelde ambitie, een stabiel beleid en nauwe samenwerking, waarin alle partners investeren. En dat blijkt een krachtige combinatie. Zo is volgens Barry het raamwerk – naast een classificatie-instrument – ook een sociaal instrument.
“More choice and availability serves the learner”
Het gedeelde eigenaarschap en het maatschappelijke draagvlak zijn een succesvol resultaat; net zo’n belangrijk onderdeel van het raamwerk als descriptoren en niveaus. De nauwe samenwerking draagt bij aan breed draagvlak van het Ierse raamwerk en is tegenwoordig een vanzelfsprekend onderdeel van hoe mensen over leren praten en het waarderen. In Ierland praten mensen in het dagelijks leven over de QQI-niveaus.
Dit is het QQI
De beheerder van het NFQ is QQI, de organisatie waar ook onder andere kwaliteitsborging, inschaling, diplomawaardering en Europass onder één dak zijn georganiseerd. In Nederland is dit belegd bij verschillende organisaties, raamwerken en systemen. Een gezamenlijke ambitie, stabiel beleid en investeren in samenwerken blijken in Ierland een krachtige combinatie.
De reden dat het Ierse raamwerk inhoudelijk aan blijft sluiten bij nieuwe ontwikkelingen, heeft volgens Barry te maken met de technische ontwerpprincipes van het raamwerk. De focus ligt op leeruitkomsten die herkenbaar zijn voor onderwijs, deelnemers en werkgevers. Dat zorgt voor eenvoud, transparantie en vertrouwen. Leerroutes zijn daarentegen minder interessant, daarover zegt Barry: “more choice and availability serves the learner”. Validering van leeruitkomsten is veel meer een vanzelfsprekend onderdeel van het systeem, dan een afzonderlijk vraagstuk waarvoor aparte infrastructuren en processen worden ingericht. Opvallend is dat het Ierse raamwerk in structuur veel gelijkenissen heeft met het Nederlandse kwalificatieraamwerk. De kracht van het Ierse model zit niet alleen in het raamwerk zelf, maar vooral in het vertrouwen en het gezamenlijke eigenaarschap van sociale partners, onderwijs en overheid.
Microcredentials: van definitie naar probleemstelling
“Microcredentials might be a new term, but it’s not new for us“, zegt Barry. In het Ierse raamwerk worden al vanaf de start kleinere, certificeerbare eenheden ingeschaald.
Sinds de introductie van de term is er discussie ontstaan die vaak blijft hangen bij dezelfde vragen, merkt Barry op. Hoe vangen we het begrip in een standaard? Hoe klein moet iets zijn om een microcredential te heten, en hoe kun je ze stapelen tot iets groters? Barry stelt dat we vooral helderheid en consensus moeten vinden over welk probleem waar microcredentials een beoogde oplossing voor zijn, gezien vanuit de lerenden en werkgevers. Dat vraagt niet om een Europese definitie, maar een antwoord op landelijk en misschien wel regionaal niveau. Want, zo schetst ze, in verschillende landen worden Microcredentials als middel voor vraaggericht leren op een andere manier ingezet. Zo helpen microcredentials in Turkije mensen in een verdwijnende industrie om te scholen naar vakgebieden waar vraag naar is en verbreedt het in Zuid-Afrika de toegang tot werk voor mensen die geen universitair diploma hebben of daar een leerroute kunnen volgen.
“Microcredentials might be a new term, but it’s not new for us”
In Barry’s visie verdienen microcredentials dezelfde zorgvuldigheid als elke andere kwalificatie. Dus: hoe past een microcredential binnen een samenhangende leerroute? Een belangrijk uitgangspunt van het raamwerk in Ierland is dat leerroutes een niveau-progressie omvatten. Een behaald NFQ-niveau geeft mogelijkheden tot progressie, doorstroom of instroom. Dat is in Nederland niet het geval.
De Nederlandse methodiek leent zich echter wel goed voor het inschalen van microcredentials: we koppelen leeruitkomsten aan niveaus. Leeruitkomsten van een microcredential kunnen worden ingeschaald, zolang deze relevant is voor de arbeidsmarkt. Sterker nog: 41 procent van de sinds 2022 ingeschaalde non-formele opleidingen bij het NLQF valt al binnen de bandbreedte van 3 tot 30 ECTS die doorgaans aan microcredentials wordt toegeschreven.
Transparantie als sleutelwoord
Eén woord kwam in de sessie steeds terug: transparantie. Dat is een gedeelde waarde van het raamwerk in Nederland (houvast, transparantie, duidelijkheid is een veelgebruikte slogan van het NLQF) en in Ierland (aldus Barry). Voor een lerende betekent transparantie dat hij een geïnformeerde keuze kan maken, hij begrijpt wat hij leert, wat dat oplevert en hoe dat gewaardeerd wordt. Voor de werkgever betekent transparantie dat helder is welke kennis en kunde je in huis hebt, in huis haalt of nodig hebt. In Ierland wordt geen onderscheid gemaakt tussen formeel, non-formeel en informeel leren, of tussen verschillende waardepapieren of microcredentials: de procedure om in het raamwerk te komen mag dan verschillen, maar: “once they’re in, they’re equal”. Zo draagt het Ierse raamwerk bij aan transparantie, maar ook aan vergelijkbaarheid.
“Once they’re in, they’re equal”
Diezelfde behoefte aan transparantie speelt ook rond skills. In de Ierse context wordt het raamwerk al breed gedragen en begrepen. De behoefte aan bijvoorbeeld een nationale skillstaal is daar minder aanwezig, mede omdat skills al onderdeel zijn van het raamwerk. Echter onderzoekt Ierland de mogelijkheden om de Europese skillstaxonomie (ESCO) in te zetten voor een nieuw ontwerp van hun register, om zo leeruitkomsten te koppelen aan de (skills)taal van de arbeidsmarkt. Een eenduidige beschrijving van skills helpt bij het herkenbaar formuleren van leeruitkomsten. Deze leeruitkomsten worden gebruikt om geleerde skills binnen een kwalificatie te duiden door er een niveau aan te koppelen. Zo is het raamwerk een brug tussen opleiden/ontwikkelen en de arbeidsmarkt.
Infrastructuur die LLO mogelijk blijft maken
Ook al is in Ierland het NFQ al ruim 20 jaar stevig geïmplementeerd, het gesprek over de ontwikkeling van het raamwerk is nog steeds actueel en gaande. Vraagstukken rond de positionering van microcredentials laten zien dat elk stelsel zich blijft ontwikkelen. Dat maakt de Ierse ervaring juist interessant: niet omdat alle antwoorden al gevonden zijn, maar omdat het kwalificatieraamwerk een stevige basis biedt om nieuwe ontwikkelingen een plek te geven.
Misschien is dat wel de belangrijkste les uit Ierland: een sterk raamwerk is niet het einddoel, maar de infrastructuur die LLO daadwerkelijk mogelijk maakt; ontwikkelingen zoals microcredentials en skills zijn dan complementair, niet concurrerend.
Hoe nu verder?
Het NLQF staat qua ontwerpprincipes niet zo ver af van het Ierse raamwerk: leeruitkomsten vormen de basis, het is biedt transparantie, het maakt validering mogelijk; de bouwstenen staan er. Wat nog ontbreekt is de vanzelfsprekendheid waarmee Ieren over NFQ-niveaus praten. Dat verschil is misschien een kwestie van tijd: QQI bestaat al ruim twintig jaar, het NLQF loopt daar 10 jaar op achter. Het vraagt echter wel draagvlak, vertrouwen en een breed gedragen begrip van raamwerk nu al kan. Pas als sectoren, werkgevers en onderwijs het net zo vanzelfsprekend gebruiken als hun Ierse collega’s, wordt het NLQF meer dan een instrument en, net zoals in Ierland, onderdeel van de dagelijkse praktijk van leren, werken en ontwikkelen.