Marlène Ruigrok van Houtum vertelt wat de inschaling in het NLQF voor haar organisatie, Marlijn Academie, heeft betekend.

Wie ben je en wat doe je voor welke organisatie?
“Mijn naam is ir. Marlène Ruigrok van Houtum en ik ben directeur van Marlijn Academie. Wij zijn een erkende mbo-onderwijsinstelling, gespecialiseerd in praktijkleren, en waren in 2024 verantwoordelijk voor ruim 47% van alle uitgereikte praktijkverklaringen binnen het mbo. Dit jaar bestaan we 10 jaar!”
“Wij geloven niet in of/of. In onze visie hoeven leerbedrijven, gemeenten of brancheorganisaties niet te kiezen tussen skills, een branchecertificaat of een formele mbo-route. Wij combineren het beste van beide werelden in één maatwerktraject, altijd onderbouwd met het juiste kwalificatieniveau. Maatwerk en kwaliteitsborging staan daarbij centraal. Daarom zijn wij een formeel gecertificeerde mbo-examenleverancier en ontwikkelen wij zelf volledige maatwerk praktijkleer- en diplomatrajecten, in nauwe samenwerking met het leerbedrijf en brancheopleiders.”
Ik geloof oprecht dat iedereen mag blijven leren. Dat iedereen zich mag blijven ontwikkelen. En dat erkenning daarin het verschil maakt. Daarom is NLQF voor mij geen technisch instrument. Het is een middel om mensen kansen te geven
Wat heeft de NLQF-inschaling betekend of opgeleverd voor jouw organisatie?
“De NLQF-inschaling hebben wij ervaren als een intens, soms confronterend en tegelijk verdiepend traject. Niet omdat we twijfelden aan wat we deden, maar omdat de vragen vanuit de NLQF-commissie ons op scherp hebben gezet. Wat in de praktijk logisch en zorgvuldig voelde, moest volledig expliciet, onafhankelijk en toetsbaar worden gemaakt.
Onze ambitie was helder: wij wilden een opleiding ontwikkelen voor onze eigen praktijkopleiders, assessoren en toekomstige Examinatoren Marlijn Academie. Mensen die studenten en deelnemers niet alleen begeleiden, maar ook deskundig kunnen beoordelen op het juiste mbo-niveau. Zeker binnen praktijkleren, waar kandidaten vaak via werkervaring groeien, is dat cruciaal. Als iemand geen volledig diploma behaalt, maar wel aantoonbaar delen van een mbo-beroep beheerst, moet je dat zorgvuldig kunnen vaststellen.
Juist daar zat de spagaat. De assessoren die mbo-studenten beoordelen, zijn eerst zelf deelnemer in een NLQF-opleiding. Zij volgen de opleiding, bouwen een portfolio op en worden beoordeeld. Pas daarna treden zij op als onafhankelijke examinator. Dat betekent dat je tegelijkertijd moet opleiden én borgen dat degene die later beoordeelt volledig onafhankelijk opereert. De vragen vanuit de NLQF-commissie hebben ons gedwongen om die scheiding niet alleen logisch te maken, maar ook formeel vast te leggen.”
Wat betekent NLQF voor jou als instrument?
“Voor mij gaat NLQF uiteindelijk niet over een kader of een systeem. Het gaat over kansen. En het recht, voorrecht voor iedereen om zich een heel leven lang te mogen blijven ontwikkelen. Ik heb altijd geloofd – als directeur, maar vooral als moeder van Carmen – dat iedereen mag blijven leren. Dat ontwikkeling niet stopt als iemand niet in het standaard plaatje past. Dat trots en zelfvertrouwen groeien wanneer je erkenning krijgt voor wat je kunt. Toen Carmen haar diploma behaalde, zag ik wat dat met haar deed. Het was niet alleen een papiertje. Het was trots, zelfvertrouwen. bevestiging. Het was: ik hoor erbij. Ik doe mee. Dat gun je toch iedereen?”

“Dat gevoel is precies waarom wij praktijkleren uitvoeren. Omdat er zoveel mensen zijn die wél werken, wél groeien, wél verantwoordelijkheid nemen, maar geen erkenning krijgen omdat hun route anders is. Ze leren op de werkvloer. In een branche. Via skills. Via ervaring. Maar het wordt niet altijd gezien als ‘onderwijs’. En daar is NLQF zo belangrijk voor.
Ik geloof oprecht dat iedereen mag blijven leren. Dat iedereen zich mag blijven ontwikkelen. En dat erkenning daarin het verschil maakt. Daarom is NLQF voor mij geen technisch instrument. Het is een middel om mensen kansen te geven.”
Wat is voor je organisatie de belangrijkste waarde van inschaling in het NLQF?
“Wij werken met praktijkleren in het mbo. Dat betekent dat veel leren plaatsvindt in de werkomgeving. Niet in een klas, maar in echte situaties. Dan moet je kunnen vertrouwen op de deskundigheid van de praktijkopleider en op de zorgvuldigheid van de examinator. Door onze opleidingen te laten inschalen in het NLQF, hebben we die kwaliteit verdiept. De praktijkopleiders en examinatoren die wij opleiden, worden niet alleen getraind, maar ook getoetst op niveau. Zij moeten zelf kunnen inschalen. Zelf kunnen onderbouwen waarom iets NLQF 2, 3 of 4 is. Zij doorlopen dus hetzelfde proces dat zij later bij anderen toepassen. Dat maakt de cirkel rond. Het verhoogt de scherpte, de onafhankelijkheid en de objectiviteit van het oordeel.
Dat is voor ons echte meerwaarde. NLQF dwingt je om precies te zijn. Om niet te blijven hangen in mbo-taal alleen, maar om te denken in niveau, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Dat helpt ons om de kwaliteit van praktijkverklaringen en beoordelingen beter te bewaken.”
Als je terugkijkt op jouw ervaring met inschaling, wat is dan het meest verrassende inzicht?
“Hoeveel diepgang het denken in NLQF eigenlijk brengt. Wij werkten natuurlijk al met niveaus in het mbo, maar door de inschaling zijn we nog scherper gaan kijken: wat maakt nu écht het verschil tussen niveau 1, 2, 3 of 4? Wat verandert er in zelfstandigheid, in verantwoordelijkheid, in de complexiteit van het werk? Zeker bij praktijkleren, waar veel leren in de werkomgeving plaatsvindt, is dat van enorme waarde. Het helpt ons beter te onderbouwen waarom iets een bepaald niveau heeft, ongeacht de vorm van diplomeren.
Als mbo-examenleverancier en mbo-instelling zijn we daarnaast enorm blij met brancheorganisaties die hun opleidingen laten inschalen in het NLQF, zoals SVH of SVS. Dat maakt echt verschil in de praktijk. Wanneer iemand al een brancheopleiding op niveau heeft behaald, kunnen wij daar veel beter op aansluiten. Dan ontstaat er ruimte voor maatwerk, voor kortere trajecten, voor versnelling en in sommige gevallen zelfs voor vrijstelling van een deel van de examens. Dat is precies waar het om gaat: niet alles opnieuw doen, maar erkennen wat iemand al heeft geleerd. Mensen in beweging houden en doorleren mogelijk maken.
NLQF slaat een brug tussen mbo, branche, internationale opleidingen en werkervaring. Maar er moeten nog meer bruggen gebouwd worden. Misschien is dát wel het meest verrassende inzicht: hoe krachtig het instrument is, én hoeveel kansen er nog liggen om het breder en consistenter toe te passen. Laten we vooral blijven doen waar het voor bedoeld is: iedereen aan het leren houden.”