Praktijkverhaal contractonderwijs: Hanze, Esther Drent

Esther Drent is Docent Onderzoeker bij Hanze. Hanze biedt naast formele bachelor-, master- en associate degree-opleidingen ook non-formele post-hbo- en maatwerkopleidingen/-cursussen. Na inschaling van de opleiding Praktijkondersteuner Huisartsenzorg-POH (NLQF 5) dit jaar, staat de Hanze met twee non-formele opleidingen in het NLQF-register. 

Welke bijdrage kan het NLQF in jullie ogen leveren aan LLO?

Vanuit het cursist-perspectief kun je zien waar jouw opleiding qua niveau zit en waar het toe opleidt. Ook kun je zien wat na je opleiding eventueel nog een optie is. Zo maakt het NLQF je doorgroeimogelijkheden zichtbaar. Als Hanze kunnen we onderwijs ontwikkelen op deze doorgroeimogelijkheden. Organisaties –in ons geval zorgorganisaties– kunnen op basis van het NLQF-niveau zien wat hun professional nodig heeft en welke opleiding daar mooi op aansluit.

We hebben verschillende maatwerktrajecten en opleidingen binnen de Hanze en die wilden we graag positioneren voor de professionals en werkgevers. Door een NLQF-niveau weet een professional waar diegene staat en weet een werkgever het niveau van een professional.

Wat is voor jullie de aanleiding geweest om het NLQF als LLO-instrument te gebruiken?

We hebben al eerder een opleiding ingeschaald: Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV). Dat is inmiddels zes jaar geleden en dus is deze opleiding bijna aan de beurt voor de herbeoordeling. Wat betreft de opleiding POH zagen we ontwikkelingen, waaronder de associate degree die om de hoek kwam kijken. Tegelijkertijd wilden we voor de opleiding POH toetsen aan welk niveau deze opleiding voldoet. We zagen ontwikkelingen, waaronder de associate degree die om de hoek kwam kijken, en wilden graag uitzoeken of de opleiding POH voldoet aan NLQF-niveau 5 (het niveau waar het associate degree binnen valt).

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen geweest voor Hanze bij het indienen van de aanvraag?

Het is de kunst om met je antwoorden goed aan te sluiten op de vragen. Toen ik samenwerkte met een collega zag ik dat er heel veel associaties werden gemaakt. Er werd bij beantwoording van een vraag van alles bij genoemd, terwijl die informatie eigenlijk bij een andere vraag werd gevraagd. Het is dus wel een uitdaging om in de beantwoording goed aan te sluiten bij wat er gevraagd wordt.

Soms is het ook zoeken naar documenten die we ergens hebben liggen. Bijvoorbeeld als we verbeterslagen uit het verleden willen laten zien. Daar hebben we de PDCA-cyclus voor gebruikt. Toen bedachten we ons dat we daar echt even een goede map voor moeten aanmaken, zodat we deze informatie ook makkelijker naar voren kunnen halen. Want systemen wisselen nog weleens.

“Zo kunnen we een maatwerktraject echt wat scherper krijgen aan de hand van de NLQF-descriptoren.”

Weten studenten en werkgevers ook wat het NLQF inhoudt?

Het ligt er wel aan wie we spreken. Bij zorgorganisaties hebben opleidingsfunctionarissen of HR-medewerkers bijvoorbeeld vaak al iets meer kennis over het NLQF, ook sommige teamleiders wel. Maar sommige professionals wat minder, omdat die er gewoon wat minder mee te maken hebben. Maar ze zijn wel vaak nieuwsgierig zodra je iets over het NLQF vermeldt. Dan willen ze weten hoe het werkt en hoe het zit. Als je dan de initiële opleiding vermeldt, dan is het voor hen een stuk duidelijker. Binnen de verpleegkunde heb je bijvoorbeeld formele opleidingen in niveau 4 en 6. Dan krijg je soms vragen vanuit de professional of teamleider over hoe het dan zit met een associate degree, dat soort vragen. Aan de hand van het NLQF kun je de niveauverschillen verklaren.

Welke meerwaarde zie je voor NLQF in het kader van LLO binnen je eigen organisatie?

Zowel voor de doorontwikkeling van medewerkers als voor het ontwikkelen van passend materiaal. Zo kunnen we een maatwerktraject echt wat scherper krijgen aan de hand van de NLQF-descriptoren. Stel we weten dat een bepaalde doelgroep niveau 4 heeft, dan kunnen we zien wat nodig is en wat het inhoudt om ze naar niveau 5 te stimuleren.

Hoe zie je de toekomst met betrekking tot jullie LLO-aanbod in het licht van NLQF en andere ontwikkelingen die spelen?

We krijgen steeds meer verzoeken vanuit andere teams om te gaan samenwerken om het contractonderwijs toch wat steviger neer te zetten. Dat is een proces waar we nu middenin zitten en waarin we kijken wat er eigenlijk al ligt, hoe we dat kunnen samenbrengen, maar hoe we de dat in het kader van een NLQF-inschaling zien. Daarin zie ik vooral veel meer interne samenwerking en ook samenwerking met het werkveld.

Wat wil je anderen meegeven die wellicht overwegen om contractonderwijs in te laten schalen?

Het is goed om de PDCA-cyclus uit de kast te halen, die hebben we nu voor elke opleiding weer naar boven gehaald. Soms is de informatie wat verspreid in systemen of zijn systemen gewisseld. Met de PDCA-cyclus kun je goed bijhouden welke verbeterslagen je maakt. Je maakt evaluaties van maatwerktrajecten of opleidingen en staat stil bij hoe je de inrichting en de toetsing daarvan borgt. Wij maken bijvoorbeeld gebruik van portfoliodocenten die in het werkveld POH werkzaam zijn, maar hoe willen we daar goed die borging op? Daar zorgen we dat een cursist wordt gekoppeld aan een gekwalificeerde docent op het gebied van toetsing.

Zelf vond ik het proces heel mooi om te doen, omdat je echt goed de opleiding weer bij langs gaat. Op basis van de inschaling – en straks ook de herbeoordeling die er aankomt – zijn we bezig om alles bij langs te lopen en goed scherp te hebben om te kijken waar we toch nog een verbeterslag kunnen maken. Dus je kijkt echt naar de kwaliteit van je opleiding.