Praktijkverhaal VHG Brancheopleiding, Jeroen Zijlmans


Jeroen Zijlmans is werkzaam bij de Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), de branchevereniging voor hoveniers en groenvoorzieners, en is gespecialiseerd in onderwijs en de arbeidsmarkt. De VHG heeft een eigen opleidingsinstituut: de VHG Brancheopleiding. Volgens Zijlmans heeft NLQF-inschaling veel betekend voor de VHG: “Wat ik zo mooi vind aan het NLQF is dat we nu kunnen zeggen: onze brancheopleiding doet ertoe.”


Inhoud


Kun je iets vertellen over de VHG Brancheopleiding?

‘De VHG Brancheopleiding bestaat al sinds 1945. Lange tijd was het een kleine opleiding voor een beperkt aantal mensen. Toch vonden we het als branche belangrijk om een eigen opleidingsinstituut te hebben.

Zo’n 15 jaar geleden hebben we besloten om de opleiding professioneler aan te pakken. We kregen een flinke impuls toen de vakken Nederlands en rekenen dominant werden in het mbo. Veel volwassenen die een carrièreswitch wilden maken, zaten daar niet op te wachten. Onze opleiding is puur vakgericht, met theorie en praktijk, en enkel vakgericht rekenen. Bovendien geven we les in de avonduren.

Wij richten ons op zijinstromers: mensen die bijvoorbeeld op kantoor werken en willen switchen naar het vak van hovenier. Zij komen uit alle hoeken: de zorg, de advocatuur en het bankwezen. Het woord ‘zijinstromen’ kennen wij al voordat het in andere sectoren een begrip werd. De afgelopen 10 jaar heeft de zijinstroom een enorme vlucht genomen. Op dit moment leiden we zo’n 600 à 700 mensen op in onze vakopleidingen.’-instromen kenden wij al lang voordat het in andere sectoren een begrip werd. De afgelopen tien jaar heeft dat een enorme vlucht genomen. Op dit moment leiden we zo’n 600 à 700 mensen op in onze vakopleidingen.’


Wat is voor jullie de aanleiding geweest om de opleidingen te laten inschalen in het NLQF?

‘Recenter hebben we besloten verder te professionaliseren. Een van de doelen in onze toekomstplannen was daarbij NLQF-inschaling. Dat heeft allereerst te maken met de uitstraling. In onze sector zijn veel cursussen en wij willen graag duidelijk maken dat wij serieuze opleidingen aanbieden.

Daarnaast vinden wij uniformiteit en kwaliteitsborging heel belangrijk. We werken met meerdere licentiescholen en merkten dat veel van deze scholen op een gegeven moment hun eigen ding gingen doen. Dat wilden we graag gelijktrekken. Tot slot werd inschaling ook een eis voor de SLIM-regeling. Daarom zijn we begonnen met de inschaling van onze driejarige opleidingen.’


Hoe hebben jullie het inschalingsproces ervaren?

‘Bij de inschaling moesten wij eerst als organisatie gevalideerd worden. Dan gaat het over de examencommissie en kwaliteitsborging. Dat was een pittig proces, maar wel heel goed en belangrijk.

Daarna kwamen de opleidingen zelf aan bod. Bij ons heeft altijd een opleidingsdeskundige meegekeken. Soms dacht ik weleens: moet dat nou echt zo? Veel dingen bleken gelukkig te kloppen; de leeruitkomsten waren allemaal beschreven. Dan moet je er gewoon voor gaan zitten en alle vragen beantwoorden, ook de discussie over waarom het niet een niveau hoger of lager is. We zaten met z’n drieën aan een vergadertafel met de vragen op een groot scherm en vulden die samen in.

We zijn begonnen met onze eerste opleiding, Assistent Hovenier. Dat duurde best even. Maar als je dat eenmaal doorlopen hebt, snap je het ook. En als je je leeruitkomsten op orde hebt, kom je een heel eind.’


Waarom kiezen zij-instromers voor jullie opleiding en niet voor een reguliere mbo-opleiding?

‘De vakken Nederlands en rekenen spelen zoals gezegd een grote rol. Daarnaast is het een hele stap, als je als veertigjarige voor een andere branche kiest. Dan wil je liever niet tussen de pubers zitten. Ook is het dan fijn om op een dinsdagavond met gelijkgestemden een opleiding te kunnen volgen.’


Zijn studenten en werkgevers bekend met het NLQF en zien zij de meerwaarde?

‘Ik denk niet dat werkgevers en onze studenten specifiek op de NLQF-inschaling afkomen. De brancheopleiding is echt een instituut. De inschaling zit veel meer in de uitstraling: je zet een volwassen opleiding neer. Daar zit voor ons de meerwaarde.’


Welke meerwaarde zie je voor het NLQF in het kader van LLO?

‘Als branche zijn wij al 20 jaar bezig met LLO, en nu is het in de mode. Iedereen moet ‘LLO’en’ en in het werkveld proef ik dat dat eigenlijk alleen via mbo-certificaten zou moeten gaan. Daardoor word je als brancheopleiding een beetje aan de kant gezet. Wat ik zo mooi vind aan het NLQF is dat we nu kunnen zeggen: onze brancheopleiding doet ertoe.

Ook maken we richting instanties als het UWV, het ministerie van SZW, scholen, centrumgemeenten en ons sociaal fonds duidelijk dat we serieuze opleidingen aanbieden. We bestonden al heel lang, maar inhoudelijk staan we nu steviger. Dat wordt bevestigd door onze NLQF-inschaling.’


Wat wil je anderen meegeven die overwegen om hun opleiding te laten inschalen?

‘Haal diep adem als je begint en neem er goed de tijd voor. Je wordt gedwongen om naar je kwaliteitsprocessen en naar je inhoud te kijken. Dat is heel goed als je een bepaald niveau wil bereiken, en dat kost tijd.’