Leren in de toekomst

De SER-commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken (AMV) is een Verkenning leren in de toekomst gestart. Met deze verkenning wil de SER een bijdrage leveren aan het debat over veranderingen op de arbeidsmarkt onder invloed van onder meer technologische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor het leren in verschillende levensfasen.

Hiertoe vonden drie bijeenkomsten plaats:

Op 19 februari 2015  ging het over Skills van de toekomst (zie verslag).

Op 30 maart 2015 was het thema  Een leven lang leren (naar verslag).

Op 12 mei 2015 stond Samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven centraal (naar verslag).

Definitieve verslag oktober 2015 vindt u hier.

Voor de bijeenkomst op 30 maart is een discussiepaper over een leven lang leren geschreven . Commissieleden gingen in gesprek met experts, onderwijsprofessionals en bedrijven. Het paper bevat achtergrondinformatie over verschillende thema's, waaronder EVC en andere valideringsinstrumenten.

Over de rol van EVC en andere valideringsinstrumenten

Het paper gaat onder andere in op het belang van informeel leren. Werknemers besteden gemiddeld ongeveer 35% van hun tijd aan activiteiten waarbinnen ze leren. Ook wordt gesteld dat informeel leren op het werk voor de meeste werknemers de belangrijkste bron van leren is. Via EVC kan/moet dit beter benut worden, bijvoorbeeld als opmaat naar kwalificering en maatwerk. EVC en andere valideringsinstrumenten zijn een hulpmiddel voor werkgevers en werknemers om een leven lang leren invuling te geven!

Maatwerk is belangrijk

Scholing kan tot doel hebben om de kennis en vaardigheden binnen de huidige functie op peil te houden, om naar een andere functie in de organisatie door te stromen of om van werk naar werk te gaan binnen of buiten de sector. Dergelijke scholing vraagt om maatwerk. Om te kunnen bepalen welke scholing past bij de situatie en bij de persoon is het nodig om vast te stellen waar iemand staat:

Over welke vaardigheden en kennis (competenties) beschikt hij/zij?

Welke opleiding heeft hij/zij en wat is het niveau/de waarde van die opleiding?

Wat heeft hij/zij nodig om in zijn huidige functie te kunnen blijven functioneren of om naar een andere baan, al dan niet in een andere sector, te komen?

Er zijn verschillende valideringsinstrumenten die elk voor een ander doel worden ingezet.

Voor personen:

EVC - om vast te stellen wat iemand kan en kent. EVC valideert de competenties van het individu. Met EVC (erkenning van verworven competenties) wordt vastgelegd welke kennis en vaardigheden een individu heeft en hoe deze competenties gevalideerd worden. Het betreft kennis en vaardigheden die zijn opgedaan in de praktijk met non-formeel en informeel leren, werkervaring, bezigheden naast het werk, etc.

Voor opleidingen:

NLQF - om opleidingen en kwalificaties in te schalen. Het NLQF (Nederlands kwalificatieraamwerk) valideert het niveau van een kwalificatie. NLQF  is een raamwerk voor inschaling van alle mogelijke kwalificaties. Van basiseducatie tot doctoraat en van bedrijfsopleiding tot meerjarige avondstudie. NLQF maakt hiermee door de overheid gereguleerde kwalificaties en private kwalificaties met elkaar vergelijkbaar. Een NLQF-inschaling zegt iets over wat iemand kan en weet als een bepaald leerproces is afgerond.

ECVET - om certificeerbare eenheden binnen een kwalificatie te valideren. ECVET (European Creditsystem for Vocational Education and Training) valideert het niveau van onderdelen van een kwalificatie. ECVET is een systeem waarin eenheden binnen een kwalificatie worden beschreven op basis van leerresultaten. Die eenheden samen vormen een volledige kwalificatie. De competenties die een individu heeft verworven, worden in kaart gebracht en gevalideerd. Vervolgens kan worden vastgesteld wat iemand nodig heeft om bijvoorbeeld naar een andere functie over te stappen. Het is een methode om werknemers van werk naar werk te helpen. Momenteel worden ECVET-pilots uitgevoerd in de zorg en in de techniek.

EVC, NLQF en ECVET vormen gezamenlijk een raamwerk voor validering van kennis en kunde. Deze instrumenten zijn in 2014 in opdracht van het ministerie van OCW ondergebracht bij het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren (NPLLL). De samenvoeging van de valideringsinstrumenten maakt het mogelijk om te werken aan onderlinge verbinding ter bevordering van de arbeidsmobiliteit. In 2015 is een website gelanceerd waarop de drie instrumenten te vinden zijn (www.nplll.nl).

In 2012 adviseerde de SER in dit verband als volgt:

Vergroten inzichtelijkheid en kwaliteit van het aanbod
Het overgrote deel van het aanbod betreft non-formeel onderwijs. De raad bepleit dat branche- en sectororganisaties, beroepsgroepen en nadrukkelijk ook de (organisaties van) aanbieders, hun inspanningen opvoeren om te komen tot een meer inzichtelijk aanbod en een gecontroleerde kwaliteit van dat aanbod. De overheid kan hier een bijdrage aan leveren door een verder uitrollen van het Nederlandse kwalificatieraamwerk NLQF (Nationaal Kwalificatie Kader). Verder bepleit de raad dat de overheid het initiatief neemt voor een (digitale) voorziening die het aanbod van opleidingen op een transparante wijze in beeld brengt, met een regionaal aanspreekpunt voor vragen van individuele werkenden en werkzoekenden.

Meer aandacht voor EVC en andere valideringsinstrumenten
De mogelijkheden van EVC moeten worden geoptimaliseerd. Daarnaast vraagt de raad aandacht voor andere instrumenten die de loopbaan van werknemers kunnen versterken. De raad acht het van belang dat de overheid ook in de toekomst blijft investeren in het verbeteren van EVC en de kwaliteitsborging ervan.

Samenvattend

NLQF en ECVET maken opleidingen vergelijkbaar en maken de scholingsmarkt met zijn vele verschillende opleidingen meer inzichtelijk.  EVC is vooral bedoeld om bestaande kennis en vaardigheden te waarderen en te bezien hoe deze kunnen worden aangevuld met (formeel) onderwijs om bijvoorbeeld op mbo-niveau te komen. In het kader van de transitievergoeding kan EVC een grotere rol gaan spelen omdat het scholingsinspanningen herkenbaar maakt.

Al het besprokene van de drie sessies wordt verwerkt in een verkenning Leren in de toekomst. Die verschijnt deze zomer en vormt de basis voor een mogelijk toekomstig SER-advies over dit onderwerp.

Inmiddels is in juni verschenen:  Leren in het funderend onderwijs van de toekomst. U vindt het briefadvies van de SER aan Platform Onderwijs 2032 hier.

Share This