Even kennismaken: Johan van Rens, voorzitter programmaraad NLQF

De Programmaraad van het NLQF  is verantwoordelijk voor alle besluiten over de inschaling van niet door de overheid gereguleerde kwalificaties. Hoe is voorzitter Johan van Rens bij het NLQF betrokken geraakt en wat wil hij graag bereiken? In dit artikel vertelt Johan van Rens over zijn ervaring met het vergelijkbaar maken van kwalificaties binnen Europa en over de waarde van het NLQF.

Johan van Rens houdt zich zijn gehele loopbaan al bezig met internationale en Europese aangelegenheden. Eerst werkte hij ruim 20 jaar als beleidsadviseur bij de FNV. Hij vertegenwoordigde deze organisatie o.a. in de SER, de STAR en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Van 1994 -2005 was hij directeur van Cedefop (Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding).

Hoe bent u betrokken geraakt bij NLQF?

‘Toen ik begon bij Cedefop was men daar al jaren bezig met het vergelijkbaar maken van verschillende kwalificaties in Europa en het informeren daarover, maar dat leverde niet zoveel op. Er waren op een gegeven moment vijf niveaus met gedetailleerde beschrijvingen per sector, maar het systeem was niet flexibel en moeilijk aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. We besloten om daar niet veel meer aan te doen. Een internationale diplomatentoonstelling toonde op een gegeven moment echter weer heel duidelijk hoe verschillend de diploma’s voor beroepen in Europa zijn. Dat leidde tot de oprichting van een Transparency Forum, waar ik voorzitter van werd. We gingen op zoek naar nieuwe wegen om te komen tot meer transparantie van de kwalificaties in de verschillende lidstaten. Belangrijke thema’s waren de samenhang van kennis, vaardigheden en competenties, borging van kwaliteit en andere maatregelen om vertrouwen en transparantie te vergroten. Ook de validatie van niet-formeel leren kwam meer op de voorgrond. Het Transparency Forum vormde de opstap naar EQF. Daar ging wel 10 jaar overheen. Begrijpelijk dus dat het NCP me heeft gevraagd in de Programmaraad.’

Wat vindt u de kracht van het NLQF?

‘De komende jaren zal de behoefte aan hoger opgeleiden enorm toenemen. Het wordt noodzaak voor alle werknemers om zich verder te scholen. Met het EQF en het daarvan afgeleide NLQF kunnen mensen laten zien wat een opleiding waard is. Mensen staan sterker op de arbeidsmarkt en het vergroot de kansen in de samenleving. Mede vanwege de demografische ontwikkelingen zal er bovendien meer mobiliteit ontstaan ook in de Europese Unie. Werknemers kunnen de bereikte kwalificaties vergelijken via de niveaus van NLQF en EQF en daarbij de waarde van hun kwalificaties zichtbaar maken voor (potentiële) werkgevers, zowel nationaal als internationaal.

Het gaat om leren zichtbaar maken, de mobiliteit vergroten en inzetbaarheid bevorderen. Door de aansluiting in alle lidstaten met het EQF ontstaat een samenhangend systeem van leven lang leren. Een systeem waarin niet alleen het initiële onderwijs, maar ook de private opleidingen worden betrokken. De verbinding tussen alle delen van het onderwijs wordt bevorderd.

NLQF draagt ook bij aan betere kwaliteit van non formele kwalificaties. Niet in de laatste plaats door de kwalitatief hoogstaande werkwijze van het NCP, directie en staf, de commissies kwaliteit en inschaling en de experts. De Programmaraad heeft veel waardering voor het werk en de inzet van allen. Allereerst gaat het er dus om te zien of de kwaliteit op orde is van een organisatie, die een inschaling in niveau van het NLQF wil indienen. Vervolgens wordt het aangevraagde niveau voor inschaling uiterst zorgvuldig beoordeeld.’

Wat wilt u als voorzitter van de Programmaraad met het NLQF bereiken?

‘Het belangrijkste is uiteraard de complete implementatie van het NLQF. We zien streng en rechtvaardig toe op de werkzaamheden voor de inschaling van non-formele kwalificaties en hopen dat te kunnen blijven doen. Er is wetgeving in voorbereiding waarmee publieke instellingen verplicht worden het NLQF-niveau te vermelden op diploma’s. Graag zien we natuurlijk dat zoveel mogelijk private instellingen kwalificaties laten inschalen. Vanuit het NCP zal dat verder gestimuleerd worden.

Ook de verbinding met aanpalende projecten zoals ECVET, ECTS en Europass vind ik belangrijk. Het zou goed zijn om gezamenlijk vorm te geven aan een aanpak en werkwijze rond leerresultaten. De beschrijving van wat iemand kent en kan na voltooiing van het leerproces (formeel, niet-formeel en informeel) zal meer systematisch vorm moeten krijgen.’

Share This