A+O start pilot rond NLQF-leermodules

Onlangs is op verzoek van opleidingsfonds A+O Metalektro een pilot gestart om leermodules voor zittende medewerkers te ontwikkelen volgens het NLQF. A+O subsidieert de realisatie van een aantal modules die specifiek voor de metalektrosector worden ontwikkeld. “We zien dat de ontwikkelingen in onze branche razendsnel gaan als gevolg van onder andere digitalisering en robotisering”, zegt Melanie Lancel, manager Ontwikkeling van A+O. “Voor zittende medewerkers is het daarom essentieel om via bij- en omscholing hun kennis up-to-date te houden.”

Waarde op arbeidsmarkt

Veel medewerkers kiezen er niet voor om, naast hun werk, een volledige mbo- of hbo-opleiding te gaan doen, weet Lancel uit ervaring. “Dat vraagt een grote investering in tijd en geld. Daarom is het aantrekkelijk om modules te kunnen volgen, die direct in de praktijk gebruikt kunnen worden en die een certificaat opleveren.” Maar dan is het volgens Lancel wél belangrijk dat een dergelijk certificaat waarde op de arbeidsmarkt heeft en kan worden meegenomen naar een volgende baan. “Dus is het wezenlijk dat er een uniform waarderingssysteem is. Daarom heeft de overheid het initiatief genomen om een landelijk waarderingssysteem op te zetten, het Netherlands Qualification Framework (NLQF).”

Lancel: “Dit systeem wordt bijvoorbeeld bij de politie en bij Defensie al gebruikt. Als A+O subsidiëren wij nu de ontwikkeling van een aantal modules, waarvan we hopen dat ze ook het NLQF-stempel krijgen.” De modules worden ontwikkeld door de Vereniging Technische Bedrijfstakscholen, vertelt ze. “Anton Tijdink, De Techniek Academie, De Vakopleiding Techniek Cuijk, SMEOT en Tetrix ontwikkelen elk één module. Stichting CINOP, die veel ervaring heeft met NLQF, begeleidt hen daarbij en als A+O monitoren wij het hele proces.”

Vraaggestuurd ontwikkeld

De NLQF-modules worden vraaggestuurd ontwikkeld, zegt Tetrix-directeur Henk Kemkes. “Om de modules erkend te krijgen, is het een voorwaarde dat de vraag vanuit het bedrijfsleven komt. Wij gaan hier in Noord-Holland dan ook om de tafel met een aantal bedrijven om te horen waar ze nu én in de toekomst behoefte aan hebben.” Kemkes ziet voor werkgevers een aantal voordelen van de NLQF-modules. “Het worden opleidingen waar de metalektrobedrijven in de praktijk ook echt iets aan hebben. Bovendien kunnen we zo sneller inspelen op de ontwikkelingen die zich voordoen in de branche.” En ook voor medewerkers zijn er belangrijke pluspunten, benadrukt hij. “De medewerker kan in zijn eigen tempo modules volgen. Als je een volledige mbo- of hbo-opleiding wilt doen, kun je met de module-certificaten vrijstellingen krijgen. Daarnaast is er met dit systeem geen discussie mogelijk over de erkenning. Je kunt er dus gewoon mee aankomen bij een nieuwe werkgever.”

Kemkes is blij dat A+O, door het ondersteunen van de pilot, een voortrekkersrol op zich neemt. “Ik denk dat door A+O een hele belangrijke stap is gezet. De arbeidsmarkt is ongelofelijk snel aan het veranderen. Tegelijkertijd moet iedereen langer blijven doorwerken, dat vraagt tevens om permanente investering in opleiding en ontwikkeling.”

“Wij denken bedrijven hiermee vooruit te kunnen helpen”, concludeert Lancel. “Ik hoop dat de pilot zo goed aanslaat, zodat er een breder aanbod komt en we het regulier onderwijs bij deze ontwikkelingen kunnen aansluiten.”

Bron

Share This