Verslag voorlichtingsbijeenkomst NLQF 28 september 2017

De voorlichtingsbijeenkomst op 28 september richtte zich op brancheorganisaties. Wat kan NLQF betekenen voor branches en sectoren? Vanuit A+O Metalektro (Opleidings- en ontwikkelfonds voor de metaal en elektrotechnische industrie) en CBL (Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) werd toegelicht hoe NLQF in deze branches wordt ingezet om te komen tot meer maatwerkmogelijkheden en daarbij de kwaliteit van de opleidingen te waarborgen.

Pilot NLQF voor werkenden
Henry de Groot van A+O Metalektro - het opleidings- en ontwikkelfonds voor de metaal en elektrotechnische industrie - vertelt over hoe met NLQF-pilot wordt gezocht naar maatwerkmogelijkheden voor opleiden in de branche. Bedrijven in de metalektro willen een hoge mate van kwaliteit en van betrouwbaarheid bieden. Bij de bedrijven is er een behoefte om werknemers gekwalificeerd te scholen; aantoonbaar te maken dat je voldoet aan de ‘norm’. Productietechnieken bij de bedrijven veranderen in een hoog tempo. Dus mensen moeten bijblijven. Maar men (zowel bedrijf als werknemer) wil geen volledige opleidingstrajecten. Er wordt gezocht naar scholing op maat. Wat heeft de werknemer nodig om zijn taak/rol goed te kunnen vervullen? Het volume van de opleiding is daarmee te laag om een volledige kwalificatie in het mbo te kunnen ‘vullen’. Er wordt nu een samenwerking opgezet tussen A+O Metalektro, bedrijfstakscholen en het NLQF. Bedrijfstakscholen hebben ervaring met flexibel opleiden. Dit zijn 11 scholen verenigd in de VTB (Vereniging Technische Bedrijfstakscholen) met landelijke dekking. Deze scholen hebben een duidelijke relatie met de technische bedrijven. Zij zijn in staat om samen met de bedrijven aan te geven wat nodig is qua scholing. Bedrijfstakscholen bepalen samen met de bedrijven dus de leeruitkomsten.

Waarom eigen kwalificaties?
Het reguliere onderwijs kan (logischerwijs) de dynamiek binnen de bedrijven niet bijbenen. Het mbo werkt nog steeds grotendeels aanbodgericht. Besluitvorming rond certificeerbare mbo-deelopleidingen (buiten KD) duurt vaak lang. Er is nu behoefte aan objectieve erkende kwalificaties. De methodiek van leeruitkomsten, onafhankelijk van de weg er naartoe spreekt het meeste aan: just in time, just enough. Er wordt niet gekozen voor branchekwalificaties, want die gelden alleen voor de branche. Je wilt medewerkers in de brede zin inzetbaar maken. Branche is een kwestie van in- en uitademen. Als er mensen uitgaan, kunnen zij dan ook buiten de branche hun kwaliteiten aantonen?

NLQF in de levensmiddelenbranche
Jules van Well van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) gaat in op hoe NLQF in de supermarktbranche wordt ingezet om de private opleidingsroute stevig neer te zetten. In de supermarkten en levensmiddelengroothandels is er al sinds jaar en dag een brancheopleidingenhuis, opgezet om als branche gezamenlijk opleidingen voor standaard winkelfuncties te kunnen organiseren. Dus niet Albert Heijn, Jumbo en Lidl voor zich, maar gezamenlijk. Er is wel ruimte voor een ‘formule-specifiek’ sausje. Met de komst van de WEB zijn deze opleidingen meer geïntegreerd in het mbo. De branche-eigen profielen zijn omgebouwd naar competentieprofielen, het private deel is ingeschoven in het bekostigd onderwijs, met supermarktklassen op roc’s. Als een student van school af komt, krijgt hij naast het schooldiploma ook het CBL-diploma.

Hoe kwam het CBL bij NLQF terecht?
Er zijn zorgen in de branche om de ontwikkelingen in het bekostigd onderwijs. Er zijn hogere urennormen, hogere eisen taal- en rekenen, er was een tijdje een onzekere regeling praktijkleren. De supermarktbranche begrijpt een aantal ontwikkelingen wel, zoals de wens om meer doorstroom naar het hbo, maar iemand die in een supermarkt werkt, heeft daar niet altijd behoefte aan. Standaardisatie van niveaus van diploma’s blijft wel een behoefte en erg belangrijk voor de branche. De branche heeft de wens de private route weer steviger naast bekostigde route neer te zetten. Borging van de kwaliteit van niveaus ziet het CBL wel als grote noodzaak voor haar opleidingenhuis. Er is gezocht naar manieren om de civile waarde van het CBL-diploma te verhogen. In de branche is imago van groot belang. Daarom is CBL ingestapt in het NLQF.

Aan de slag
Er lag al veel basismateriaal vanuit het brancheopleidingenhuis, maar dat moest ge-update worden. Alle processen rondom examinering en diplomering moesten opnieuw beschreven en vastgelegd worden. De profielen zijn ge-update en leeruitkomsten zijn geformuleerd. Dat proces heeft 2 jaar geduurd. Maar het heeft CBL ook veel gebracht. Er is een mooie kwaliteitsslag gemaakt met de eigen opleidingen. Zaken zijn gedegen(er) vastgelegd.

Procedures voor validiteit en inschaling
Beoordeling van de validiteit van een organisatie vindt plaats op de thema’s rechtspersoonlijkheid, eigenaarschap kwalificatie, continuïteit, examinering en  kwaliteitsborging. Bij de beoordeling van een verzoek tot inschaling wordt gekeken naar de onderbouwing van het niveau, of er sprake is van een substantiële kwalificatie of arbeidsmarktrelevantie. Daarnaast wordt gekeken hoe de examinering eruit ziet. Voor de aanwezigen werden de beide procedures verder toegelicht. Meer informatie is te vinden op www.nlqf.nl. Daar staan ook de beschikbare handleidingen en formulieren. 

Hier vindt u de presentaties die tijdens de voorlichtingsbijeenkomst op 28 september jl. werden verzorgd en het verslag:

Presentatie NCP NLQF (PDF)

Presentatie A+O Metalektro en NLQF (PDF)

Presentatie NLQF in de supermarktbranche (PDF)

Verslag voorlichtingsbijeenkomst 28 september 2017 (PDF)

Share This