Even voorstellen: NLQF-expert Rianne Reichardt

Drs. Rianne Reichardt heeft als onderwijskundige ruime ervaring in de BVE-sector. Eerst heeft ze als docent en als beleidsmedewerker gewerkt in de volwasseneneducatie. Daarna heeft ze als leidinggevende, projectmanager, beleidsmedewerker en onderwijsontwikkelaar gewerkt in en voor instellingen in het beroepsonderwijs, zoals roc’s, aoc’s en vakscholen en diverse ondersteuningsinstellingen voor de BVE-sector. Inmiddels is zij zelfstandig onderwijsadviseur en o.a. werkzaam voor Steunpunt Taal en Rekenen, waar ze ook te maken heeft gekregen met niet-bekostigde opleidingsinstellingen. "Naarmate de herkenbaarheid van het NLQF in de maatschappij groeit zal de meerwaarde van inschaling voor particuliere opleidingen steeds duidelijker worden."

Rianne

Hoe bent u betrokken geraakt bij het NCP NLQF?
Rianne Reichardt volgde de ontwikkeling van het NLQF op afstand. “Toen ik via iemand hoorde dat er mensen gevraagd werden als expert voor het NCP NLQF heb ik me aangemeld. Vanuit mijn ervaring met volwassenenonderwijs en het bekostigd beroepsonderwijs kende ik de niveaus 1-4 van het NLQF al goed. Ik vind het interessant om nu in de praktijk te kunnen zien hoe particuliere opleidingen in elkaar zitten en op welke manier ze ingeschaald kunnen worden in het NLQF.”

Hoe bevalt het werk als expert voor het NCP NLQF?
Rianne Reichardt heeft nu een aantal inschalingsdossiers beoordeeld voor kwalificaties van uiteenlopende sectoren. Door haar werk als expert krijgt ze steeds beter een beeld van het NLQF en de beschrijvingen van de verschillende niveaus. “Het werk biedt een kijkje achter de schermen van opleidingen en wat iemand precies moet kennen en kunnen. Het is niet altijd makkelijk om het niveau alleen van papier af te beoordelen en of dit daadwerkelijk overeenkomt met hoe de opleiding in de praktijk wordt uitgevoerd. Maar bij twijfel over het niveau kan er extra documentatie opgevraagd worden."

Altijd twee experts
“Alle dossiers worden door twee experts beoordeeld en de samenwerking verloopt prima. Iedereen bekijkt alles en bespreekt het daarna met elkaar. De NLQF-niveaubeschrijvingen zijn, in het algemeen, duidelijk genoeg en bij de inschaling zijn we het meestal wel met elkaar eens. Alleen bij de onderste niveaus liggen de niveaubeschrijvingen van enkele indicatoren wat dichter bij elkaar en kan er wel twijfel optreden over het precieze niveau. Daar heb je het dan met elkaar over. Het format dat opleidingsinstellingen gebruiken voor hun inschalingsaanvraag en de niveaubeschrijvingen bieden goed houvast voor opleidingsinstellingen om een indicatie te geven van het niveau en dit op de juiste manier te onderbouwen. De bewijzen die de opleidingsinstellingen bij de inschalingsaanvraag toevoegen sluiten daarom ook meestal goed aan bij de niveaubeschrijvingen van het NLQF.”

Instellingen verrichten veel werk
“Het is duidelijk dat er bij de aanvraag van een inschaling veel werk is verricht door de opleidingsinstellingen. Ook wordt er vanuit het NCP NLQF meegedacht om er voor te zorgen dat de informatie juist en volledig is. Hierdoor is de kwaliteit van de dossiers hoog op het moment dat het bij de experts wordt aangeleverd.”

Wat vindt u de grootste kracht van het NLQF?
“Naarmate de herkenbaarheid van het NLQF in de maatschappij nog verder toeneemt zal de meerwaarde voor particuliere opleidingen om hun opleiding te laten inschalen ook duidelijker worden. Voor aanbieders van opleidingen is het NLQF waardevol omdat het op een onafhankelijke wijze aantoont welk niveau hun kwalificatie heeft. Door middel van het NLQF, gelinkt aan het EQF, is het ook voor deelnemers mogelijk de waarde van hun kwalificatie te beoordelen en aan te tonen. Op basis van de inschaling in het NLQF kunnen ze de opleidingen eenvoudiger vergelijken met andere opleidingen, regulier of particulier, en een keuze maken voor een opleiding op een lager of hoger niveau. Ook werkgevers kunnen met behulp van het NLQF de waarde van kwalificaties en bijbehorende opleidingen beoordelen.”

Share This