Even kennismaken: Em. Prof. Dr. Martin Mulder, lid Programmaraad NCP NLQF

De Programmaraad van het NCP NLQF is verantwoordelijk voor alle besluiten over de inschaling van niet door de overheid gereguleerde kwalificaties. Hoe is Programmaraadlid Martin Mulder bij het NLQF betrokken geraakt en wat wil hij graag bereiken? In dit artikel vertelt Martin Mulder over zijn achtergrond en intenties.

foto martin mulder kln


Martin Mulder heeft een onderwijsloopbaan achter zich van 42 jaar. Hij heeft gewerkt in het basisonderwijs, hoger beroepsonderwijs, de lerarenopleiding, het wetenschappelijk onderwijs en het onderzoek. Daarnaast heeft hij ervaring in de particuliere opleidings- en advieswereld. Wat betreft de kwaliteit van onderwijs en opleidingen: hij heeft onderzoek gedaan naar incompany-opleidingstrajecten van particuliere opleidingsbureaus en was betrokken bij diverse accreditaties. Zijn expertise past goed bij de missie van het NLQF.

Kunt u iets zeggen over uw achtergrond in relatie tot het NLQF?
“Ik werk sinds 1980 voor het beroepsonderwijs. Eerst als curriculumontwikkelaar en lerarenopleider bij de tweedegraads lerarenopleiding verpleegkunde in Leusden. Dat was mijn eerste functie als onderwijskundige. Daarvoor had ik 5 jaar gewerkt in het basisonderwijs. Ik was op mijn 25e waarnemend directeur en kon vrij snel daarna directeur worden, maar ik koos voor de studie onderwijskunde. Die heb ik in 1982 afgerond. Na de lerarenopleiding verpleegkunde ging ik naar de deeltijdlerarenopleidingen techniek waar ik beleidsmedewerker werd. Dat vond ik interessant omdat ik toen voor geheel Nederland werkte. Omdat ik eigenlijk het liefst aan de universiteit wilde werken ging ik in 1984 naar de Universiteit Twente. Ik werd wetenschappelijk medewerker en had het voorrecht om veel nieuwe onderwijskundigen op te leiden vanuit de ontwerpbenadering en om onderzoek te doen naar bedrijfsopleidingen en beroepsonderwijs. Ik ben in 1992 gepromoveerd op de curriculumbesluitvorming in het beroepsonderwijs. In mijn Twentse periode werd ik actief in de Vereniging voor Onderwijs Research, de American Educational Research Association, en later de European Educational Research Association. In dat kader heb ik met een aantal collega’s het Vocational Education and Training Research Network (VETNET) opgericht.
Interessant is ook te noemen dat ik gedurende 2004-2005 ruim een jaar heb doorgebracht bij Cedefop in Thessaloniki. Daar heb ik me beziggehouden met Skills Needs en het groene onderwijs. Ik was een aantal jaren eerder gevraagd toe te treden tot de redactiecommissie van het European Journal of Vocational Training, dat werd uitgegeven door het Cedefop, waar ik later voorzitter van werd. In die tijd heb ik de toenmalige directeur van het Cedefop en de vorige voorzitter van de Programmaraad van het NLQF, Johan van Rens, ontmoet. Zo lijkt de wereld toch weer klein te zijn. Ik heb heel plezierig met Johan samengewerkt en denk met veel genoegen terug aan mijn tijd in Griekenland.
Als hoogleraar onderwijskunde aan Wageningen University heb ik me sinds 1998 volledig gericht op competentietheorie en -onderzoek. Dat deed ik vanuit de gedachte dat er een ingrijpende transformatie plaatsvindt in de landbouw- en voedingssector. Die maakt dat professionals in het gehele agri-foodcomplex nieuwe competenties moeten verwerven in het kader van een leven lang leren. Mijn vraag was welke competenties van belang zijn voor het omgaan met en realiseren van vernieuwingen, welke leerarrangementen kunnen worden gecreëerd om deze competenties te verwerven en hoe effectief die arrangementen zijn. Mijn werk op het terrein van competentiegericht onderzoek heeft recent geleid tot het handboek ‘Competence-based Vocational and Professional Education’, dat is uitgegeven bij Springer. Een belangrijk onderdeel van het competentie-denken is de erkenning van competenties, en dat ligt natuurlijk ook heel dicht bij het erkennen van opleidingsprogramma’s. Het is me duidelijk dat de NLQF geen erkenningsinstituut is, maar dat opleidingen worden ingeschaald op kwalificatieniveaus. Maar het is bijzonder belangrijk dat kwalificatieniveaus worden toegekend. Zowel voor werkgevers als werkenden.”

Wat vindt u de kracht van het NLQF?
“Het inschalen van opleidingen in de NLQF geeft namelijk meer transparantie en daardoor een duidelijk beeld van de waarde van een opleiding voor de BV Nederland. Bovendien voegt de niveau-aanduiding waarde toe aan het gevoel van de deelnemer van waar hij of zij mee bezig is. Het maakt voor deelnemers immers veel uit of een opleiding van vmbo-, mbo- of hbo-niveau is en dat de omgeving van de deelnemers dat ook weet. Niveau-verhogende opleidingen zijn goed voor de employability en loopbaanontwikkeling en vormen daardoor een waardevolle investering voor de toekomst. Het NLQF heeft daarom een belangrijke plaats in de onderwijs- en opleidingsmarkt en meer in het algemeen de Nederlandse economie. In principe kan het NLQF ook bijdragen aan de groeiende internationale arbeidsmobiliteit en heeft daarmee ook een duidelijke Europese dimensie.”

Wat hoopt u als lid van de Programmaraad met het NLQF te bereiken?
“Daar kan ik kort over zijn. Ik hoop vanuit mijn ervaring een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de besluitvorming omtrent inschalingen. Gelukkig heb ik voldoende tijd voor mijn lidmaatschap van de Programmaraad. Ik ben per 1 januari dit jaar met pensioen gegaan. Dat betekent niet dat ik duimen zit te draaien. Zo begeleid ik nog circa tien promovendi, ben ik lid van de Academic Board van NCOI en werk ik nog aan diverse publicaties. Een mooie mix van activiteiten, en de Programmaraad NLQF past mooi in dat palet.”

Martin Mulder heeft zijn eigen website: www.mmulder.nl.

Share This